Auteur: being - praktijk voor counseling (Joris van Gerven)
Deze publicatie is nog niet gewaardeerd
Inloggen om een waardering te geven.
 

"Meneer, kunt u me helpen? Ik moet met bus 22 naar Diemen, naar het kantoor van Shell." De man in maatpak stelt de vraag in gebroken Engels, en ik heb moeite om hem te verstaan. Daar komt nog bij dat bus 22 niet naar Diemen rijdt, maar naar Amsterdam-Oost of Amsterdam-West. En dat Shell bereikbaar is met de pont, niet met de bus.

Ik leg hem uit dat dit niet klopt. Hij moet niet met bus 22. "Maar mijn vriend zei dat ik met bus 22 naar Diemen moet gaan," houdt de man vol. De bus waarop ik zelf stond te wachten is inmiddels vertrokken. Even later krijg ik de vriend aan de telefoon. Hij is al bij Shell. Wederom een Afrikaans-Engelse stem, en weer valt het niet mee om hem te verstaan. De vriend vertelt me dat hij echt bus 22 moet hebben. Op mijn vraag waar hij er dan uit moet, volgt wederom: Diemen. Ik zeg dat dat niet kan; moet hij naar Oost? Ik voel hoe dit telefoongesprek mislukt, omdat we elkaar niet kunnen begrijpen. De vriend zegt: ik laat iemand anders wel terugbellen. 

Enkele minuten later gaat de telefoon. Een Nederlandssprekende man. "Vanaf het station moet hij lijn 9 hebben," zegt deze man. He he, zie je wel. Tram 9 gaat naar Diemen. "En dan uitstappen bij halte Karel van Diemen, dat is de vierde halte." Ik val van mijn stoel. Diemen is zeker niet de vierde halte vanaf het station! "Ik sta op Centraal," zeg ik, "de vierde halte is Rembrandtplein of zo, maar zeker niet Diemen." 

Even is het stil, en dan dringt het tot ons allebei door. "Ik sta op Amsterdam-Centraal," zeg ik op het zelfde moment dat aan de andere kant wordt gezegd: "Hij moet naar Den Haag Centraal." Met een glimlach vertel ik de Afrikaanse man naast me, dat hij naar een andere stad moet. Ik ben blij dat ik hem niet op de pont naar het Shell-terrein heb gewezen. De man neemt het nieuws verwonderd op. Bedankt me, wenst me Gods zegen, en loopt naar de trein. Op weg naar de volgende bestemming.

Het was een ontmoeting van nog geen 10 minuten, maar hij blijft me nog de hele dag bij. Hoe kunnen we elkaar verstaan? Hebben we het wel over het zelfde? Dat zijn vragen die we ons in elke ontmoeting kunnen stellen. De woorden die jij gebruikt, wat betekenen die voor jou? Weet ik dat, of denk ik het te weten? Plak ik mijn vanzelfsprekende betekenissen op jouw woorden?Om echt met elkaar in contact te komen, moeten we daar gevoelig voor worden. Onze vanzelfsprekende betekenissen opschorten, om achter de betekeniswereld van de ander te kunnen komen.

Er zit nog een laag in de ontmoeting, die me bijblijft. Weet ík eigenlijk wel waar ik ben in mijn leven? Waar ben ik naar onderweg? Ben ik op de goede weg, of zit ik in een andere stad? Ben ik zonder het te beseffen, zelf niet van mijn richting afgedwaald? 
Dat zijn ook vragen die ik in mijn praktijk tegenkom. Cliënten hebben het zicht verloren op de plaats waar ze zijn of op de richting die ze in willen slaan. Dan kan het heel verhelderend zijn aan een ander te vragen, om samen eens goed om je heen te kijken. Om samen te reflecteren op je reisbestemming en op waar je nu bent in je leven.

De houding van deze man is daarbij voor mij een voorbeeld. Hij vraagt een ander met hem mee te kijken, hoe hij op zijn bestemming kan komen. Dan ontdekt hij dat hij niet is gekomen waar hij had willen zijn. Maar hij gaat niet bij de pakken neerzitten en wordt ook niet boos of ge-ergerd. Hij is verwonderd dat het leven hem hier gebracht heeft. Hij is dankbaar dat hij heeft ontdekt welke richting hij moet kiezen. En hij zet zich op weg, zijn bestemming achterna.

Terug